Kandy is onze toegang tot wat hier de “Hill Country” heet. Het centrale deel met de bergen; het gebied van de befaamde thee plantages. Vanuit Kandy gaan we met de bus naar Nuwara Eliya. De weg slingert steeds hoger de bergen in. Nuwara Eliya is een van de hoogst gelegen plaatsen in Sri Lanka op 1889 meter. En dat merk je in de temperatuur. Het is hier voor ons gevoel gewoon koud! Komt ook bij dat het hier nogal eens regent, die theeplantages zien niet voor niets zo groen...
.
De vierde dag gaan we van Bagan naar Mandalay. We reizen eerst naar Mount Popa. Deze berg ligt als een soort Kilimanjaro midden in een verder vrij vlak landschap. Hij is alleen lang niet zo hoog, zo'n 1400 meter. Op een hoge rotspunt staat een tempel en via een lange trap kan je naar boven klimmen. Het is verworden tot een toeristische attractie met allerlei winkeltjes in het dorpje beneden en langs de trap omhoog. En er zijn apen, overal waar je kijkt zijn apen. Ze worden gevoerd en zijn dus heel tam en ERG brutaal. En de aapjes zijn nog lang niet zindelijk en de trappen liggen dan ook geregeld vol met apenstront. En aangezien je ook hier op blote voeten moet lopen....
Om acht uur 's ochtends verzamelen we bij het bureautje in San Pedro voor de driedaagse trip naar Bolivia. We gaan een tocht van 500 Km maken over de Altiplano langs vulkanen, meren en door woestijnen en zoutvlaktes. Het blijkt dat we vandaag met z'n zessen op pad gaan. Twee Duitse meiden, een Welshmen en een Spaans meisje. We starten met een minibusje naar de grens. Eerst in San Pedro langs de douane voor het uitreis stempeltje en dan een uurtje rijden naar de grens.
Karakol is als een groot dorp gelegen tegen de uitlopers van het Tien Shan gebergte . Veel ‘hans en grietje’ huisjes, brede stoffige straten, weinig verkeer. Echt een heerlijke plek om een paar dagen te zijn. En we hebben in het ‘Riverside’ ook nog eens een perfect guesthouse gevonden.
Dag 3, van Nagartse naar Gyantse
De dag begint weer een beetje als gisteren. Als we een stukje buiten Nagartse zijn zit er weer een grote roofvogel op een rots. Weer een fotokansje dus. De weg die we volgen is erg prettig. Onverhard maar mooi vlak zodat je lekker kan doorrijden.
Bij de Karo-la pas is het uitzicht geweldig. Er is hier een stuwmeer wat zich tussen de bergen heeft gewrongen. Vanaf het hoogste punt zie je het meer drie kanten opgaan. De turqoise kleur past mooi bij het bruin van de bergen. We hebben hier gelijk maar een korte lunch gehouden want het is een prachtige plek.
Ik hang uit het gat in de trein waar ooit de deur heeft gezeten. In het zonnetje en met een lekker windje door het haar. De geur van groene rijstvelden, rokerige vuurtjes en een oude diesellocomotief. De rijstvelden en kleine dorpjes schieten voorbij. Nou ja, schieten, echt hard gaat het niet. We stoppen in elk gehucht onderweg en het boemeltje hobbelt letterlijk zijn weg richting het noorden. Ik heb altijd gedacht dat een treinrails toch overwegend vlak dient te zijn, maar hier zitten er echte kuilen in de rails. Soms kom je bijna los van het bankje!








